Als je AOW krijgt en daarnaast (weer) werkt, mag je de loonheffingskorting maar bij één inkomensbron laten toepassen: óf bij je AOW, óf bij je loon (of pensioen). Die keuze bepaalt vooral je maandelijkse netto-inkomen; bij de jaarlijkse belastingaanslag wordt alles rechtgetrokken. Belangrijk is dat je de korting niet dubbel toepast en dat je keuze past bij jouw situatie. (Belastingdienst, 2025a).
Loonheffingskorting bij AOW: waar zet je die aan?
Als je AOW krijgt en daarnaast (weer) werkt, mag je de loonheffingskorting maar bij één inkomensbron laten toepassen: óf bij je AOW, óf bij je loon (of pensioen). Die keuze bepaalt vooral je maandelijkse netto-inkomen; bij de jaarlijkse belastingaanslag wordt alles rechtgetrokken. Belangrijk is dat je de korting niet dubbel toepast en dat je keuze past bij jouw situatie. (Belastingdienst, 2025a).
Wat is loonheffingskorting in dit geval?
Loonheffingskorting is een verzamelnaam voor kortingen op de belasting over je inkomen (zoals de algemene heffingskorting, arbeidskorting en – als je daarvoor in aanmerking komt – ouderenkorting). Vanaf 2025 wordt de algemene heffingskorting bepaald op basis van je verzamelinkomen; hoe hoger je totale inkomen, hoe lager de korting. In 2025 is de maximale algemene heffingskorting € 3.068 en begint de afbouw vanaf € 28.406. (Rijksoverheid, 2025; Belastingdienst, 2025a).
Belangrijke spelregels in het kort
Toepassen bij één bron. Laat de korting maar bij één betaler toepassen (bijvoorbeeld bij de SVB voor je AOW, of bij je werkgever). Dubbel toepassen betekent later terugbetalen. (Belastingdienst, 2025b).
Hogere totale inkomens, lagere korting. Omdat de korting afbouwt bij hogere inkomens, is het risico op “te veel korting” groter als je meerdere inkomens hebt. Een voorlopige aanslag kan verrassingen voorkomen. (Belastingdienst, 2025a).
AOW en werken: geen AOW-premie meer in de loonheffing. Je netto van loon na je AOW-leeftijd ligt daardoor relatief hoger dan vóór je AOW-leeftijd. (SVB, z.d.-b).
Kiezen: korting op je AOW of op je loon?
Er bestaat geen keuze die altijd “het beste” is. Wel een paar praktische vuistregels.
Kies vaak AOW als:
• je onregelmatig of projectmatig werkt en je AOW je stabiele basisinkomen is. Je maandelijkse netto blijft dan constanter; je loon kent dan wat meer inhouding. (SVB, z.d.-a; Belastingdienst, 2025a).
• je het prettig vindt dat de SVB maandelijks alvast korting toepast op je vaste AOW, terwijl je voor je loon niets aan formulieren hoeft te doen. (SVB, z.d.-a; Belastingdienst, 2025b).
Kies vaak loon als:
• je loon structureel hoger is dan je AOW en je werkgever via de loonadministratie meteen ook de arbeidskorting verwerkt; je nettoloon kan dan per maand wat hoger uitvallen. (Belastingdienst, z.d.; Belastingdienst, 2025d).
• je voor je AOW liever “nee” zegt tegen de korting, zodat je loonadministratie alles afhandelt. (SVB, z.d.-a; Belastingdienst, 2025b).
Let op: wat je kiest beïnvloedt vooral je maandbedrag. Op jaarbasis rekent de Belastingdienst je totale korting opnieuw uit. Vraag eventueel een voorlopige aanslag aan om bij te sturen tijdens het jaar. (Belastingdienst, 2025a).
Voorbeelden (met en zonder voorlopige aanslag)
Voorbeeld 1: korting op AOW, geen voorlopige aanslag
De Belastingdienst laat zien dat als je AOW lager is dan de afbouwgrens, de SVB maandelijks de maximale algemene heffingskorting kan toepassen. Maar telt je totale jaarinkomen (AOW + ander inkomen) uiteindelijk wél boven de afbouwgrens uit, dan kan blijken dat je teveel korting kreeg en betaal je bij. In het officiële voorbeeld (met AOW van circa € 1.081 bruto per maand en een tweede inkomen) leidt dat tot een nabetaling, omdat de korting achteraf lager uitvalt bij het hogere totaal. (Belastingdienst, 2025a).
Voorbeeld 2: korting op AOW, mét voorlopige aanslag
Je laat de korting op de AOW staan, maar vraagt een voorlopige aanslag aan. Dan verdeelt de Belastingdienst de “teveel ontvangen” korting meteen over maandelijkse termijnen. Zo voorkom je een grote naheffing achteraf en hou je grip op je cashflow. (Belastingdienst, 2025a).
Voorbeeld 3: geen korting bij AOW en geen korting bij loon
Je netto per maand is dan lager, maar bij de definitieve aanslag krijg je (als je er recht op hebt) de korting in één keer terug. In het voorbeeld op de Belastingdienst-site scheelt dat maandelijks een bedrag; de jaarafrekening corrigeert dat. (Belastingdienst, 2025a).
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
• Dubbel toepassen. Staat de korting per ongeluk “aan” bij AOW én bij je loon/pensioen? Zet één van beide direct uit; anders volgt vrijwel zeker een terugbetaling achteraf. (Belastingdienst, 2025b; SVB, z.d.-c).
• Wisselen halverwege zonder afstemming. Als je wisselt, zorg dat de wijziging bij SVB en werkgever in dezelfde maand ingaat, anders krijg je dubbel korting in een maand. (SVB, z.d.-c).
• Geen rekening houden met afbouw bij hoger totaalinkomen. Bij meerdere inkomens krijg je sneller te veel korting. Overweeg een voorlopige aanslag. (Belastingdienst, 2025a).
Zo regel je het in 3 stappen
Kies je bron. Bepaal of je de korting op je AOW of op je loon wilt. Denk aan stabiliteit, hoogte en je cashflowvoorkeur. (SVB, z.d.-a; Belastingdienst, 2025a).
Geef het door.
• AOW: wijzig in Mijn SVB.
• Loon: regel het met je werkgever (vaak via het model “opgaaf gegevens voor de loonheffingen”). (Belastingdienst, 2025b; SVB, z.d.-c).
Check en voorkom verrassingen. Controleer op je loonstrook/jaaropgave of de korting staat waar jij ‘m wilt, en overweeg een voorlopige aanslag om schommelingen te dempen. (Belastingdienst, 2025a; Belastingdienst, 2025b).
Tot slot
Blijf je werken na je AOW, dan verandert je AOW niet en blijft de keuze voor loonheffingskorting een kwestie van slim regelen: kies één bron, pas op met hogere totale inkomens en gebruik zo nodig een voorlopige aanslag om te voorkomen dat je later moet bijbetalen. (SVB, z.d.-b; Belastingdienst, 2025a).
Literatuurlijst